Als de druiven geoogst zijn worden ze in de wijnmakerij
verwerkt.
De druiven gaan eerst in de kneuzer/ontsteler.
Hierna gaat het sap, de pitten en de schillen in en vat voor een open mostgisting van ongeveer vijf dagen (rode wijn).
Daarna wordt de most
geperst en het sap gaat in roestvijstalen vaten voor
alcoholgisting, de wijn wordt nog diverse malen geheveld
om te klaren (ongeveer 5 à 6 maanden).
Hierna wordt de wijn gebotteld.
De schillen worden gedistilleerd voor
de Veluwse Vlam (grappa)